Wat is GHS?
GHS staat voor Globally Harmonized System of Classification and Labelling of Chemicals. Het is een wereldwijd afgestemd systeem van de Verenigde Naties om de gevaren van chemische stoffen op dezelfde manier te classificeren, te etiketteren en te communiceren. Het doel is veiligheid in het transport, de opslag en het gebruik te vergroten en internationale handel te vereenvoudigen.
GHS kent drie pijlers: fysische gevaren (bijvoorbeeld brandbaarheid, explosiviteit), gezondheidsgevaren (bijvoorbeeld giftigheid, kankerverwekkend) en milieugevaren (bijvoorbeeld aquatische toxiciteit). Per gevarenklasse zijn criteria vastgelegd op basis van testgegevens, grenswaarden en stofeigenschappen.
- Fysische gevaren: explosief, brandbaar, oxiderend, gas onder druk, zelfontledend
- Gezondheidsgevaren: acuut giftig, huidcorrosief, sensibilisatie, kankerverwekkend, reprotoxisch
- Milieugevaren: schadelijk voor het aquatische milieu, ozonlaagaantastend
- GHS communiceert gevaren via pictogrammen, signaalwoorden en gestandaardiseerde zinnen
Wat is CLP?
CLP staat voor Classification, Labelling and Packaging. Het is de Europese Verordening (EG) nr. 1272/2008 die GHS in de Europese Unie invoert. Fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers moeten hun stoffen en mengsels volgens CLP indelen, etiketteren en verpakken voordat ze op de markt worden gebracht.
De verordening geldt voor vrijwel alle chemische stoffen en mengsels, dus ook voor producten die later afval worden. Het CLP-etiket is daarom vaak het eerste en belangrijkste aanknopingspunt bij het beoordelen of een afvalstroom gevaarlijk is. Op het etiket staan het of de gevarenpictogrammen, het signaalwoord, de H-zinnen, de P-zinnen en de productidentificatie.
- CLP is verplicht voor stoffen en mengsels die in de EU op de markt worden gebracht
- De indeling volgt Europese criteria, gebaseerd op het VN-GHS
- Het etiket bevat pictogrammen, signaalwoord, H-zinnen, P-zinnen en leveranciersgegevens
- Ook afval dat een mengsel bevat, valt indirect onder invloed van CLP-classificaties
Gevarenpictogrammen en hun betekenis
CLP kent negen ruitvormige pictogrammen met een rode rand en een zwart symbool op een witte achtergrond. Deze pictogrammen geven in één oogopslag de belangrijkste gevaren aan. Bij gevaarlijk afval ziet u dezelfde pictogrammen terug op emballage, vaten, IBC's en andere verpakkingen.
Let op: niet elk gevaarlijk afval heeft een pictogram op de buitenverpakking staan. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat de concentratie onder de etiketteringsdrempel ligt, of omdat het afval een mengsel is zonder oorspronkelijk productetiket. In dat geval moet u de gevaarlijke eigenschappen op een andere manier vaststellen, bijvoorbeeld via het veiligheidsinformatieblad, een stalenonderzoek of deskundig advies.
- Vlam – brandbaar
- Vlam boven cirkel – oxiderend
- Bom – explosief
- Gasfles – gas onder druk
- Corrosie – bijtend voor huid en/of metalen
- Schedel en kruisbeenderen – acuut giftig
- Uitroepteken – irriterend, sensibilisatie, narcotisch
- Gezondheidsgevaar – kankerverwekkend, mutageen, reprotoxisch
- Milieugevaar – schadelijk voor waterorganismen
Signaalwoorden: Gevaar of Waarschuwing
Op een CLP-etiket staat altijd één van twee signaalwoorden: 'Gevaar' of 'Waarschuwing'. 'Gevaar' wordt gebruikt bij ernstigere gevaren, zoals acuut giftige, corrosieve of brandbare stoffen. 'Waarschuwing' wordt gebruikt bij minder ernstige gevaren, zoals irriterende of licht brandbare stoffen.
Het signaalwoord helpt bij het bepalen van de prioriteit bij opslag, transport en noodsituaties. In combinatie met de H-zinnen geeft het een snelle indicatie van het risiconiveau. Voor afval geldt: hoe zwaarder de classificatie, hoe strikter de eisen voor verpakking, etikettering, opslag en verwerking.
Van CLP-classificatie naar gevaarlijk afval
Een afvalstroom wordt gevaarlijk als deze een of meer gevaarlijke eigenschappen (HP1 t/m HP15) bezit. Deze eigenschappen worden mede afgeleid uit de CLP-classificatie van de stoffen in het afval. De H-zinnen op het veiligheidsinformatieblad en het productetiket vormen daarbij het vertrekpunt.
Een voorbeeld: een vloeistof met H314 (veroorzaakt ernstige huidverbrandingen en oogletsel) duidt op HP8 (Bijtend). Een stof met H411 (giftig voor in het water levende organismen met langdurige gevolgen) kan leiden tot HP14 (Milieugevaarlijk). Niet elke H-zin vertaalt zich één op één naar een HP-eigenschap; soms is aanvullend onderzoek nodig.
- Bepaal welke stoffen in het afval zitten en vraag het veiligheidsinformatieblad op
- Noteer de relevante H-zinnen en gevarenklassen uit CLP/GHS
- Vertaal deze naar de HP-eigenschappen volgens de Afvalstoffenverordening
- Controleer of de Euralcode een asterisk (*) bevat (gevaarlijk afval)
- Laat twijfelgevallen beoordelen door een gespecialiseerde inzamelaar of milieudeskundige
CLP en verpakking van afval
CLP stelt eisen aan de verpakking van gevaarlijke stoffen, onder meer op het gebied van sluiting, weerstand tegen inhoud, bestendigheid en etikettering. Deze eisen gelden in principe voor producten, maar in de praktijk worden ze vaak als leidend beschouwd voor het verpakken van gevaarlijk afval.
Voor het vervoer van gevaarlijk afval gelden bovendien de verpakkingsvoorschriften uit het ADR. Dat betekent dat verpakkingen voor transport vaak UN-goedgekeurd moeten zijn, zelfs als de oorspronkelijke productverpakking al voldoet aan CLP. Controleer daarom altijd of een verpakking geschikt is voor zowel opslag als transport.
Praktische aandachtspunten voor bedrijven
Bewaar veiligheidsinformatiebladen (VIB's) van producten die later afval worden. Deze bladen bevatten de CLP-classificatie, H-zinnen, P-zinnen en fysische eigenschappen die u nodig heeft voor de afvalsclassificatie.
Etiketteer afvalverpakkingen duidelijk met de juiste gevarenaanduidingen, ook als het om intern transport of tijdelijke opslag gaat. Een onleesbaar of ontbrekend etiket kan leiden tot verkeerde scheiding, onjuiste Euralcodes en onveilige situaties.
Schakel bij twijfel een milieudeskundige of gecertificeerde inzamelaar in. Foutieve classificatie kan leiden tot sancties, maar vooral tot risico's voor mens, milieu en bedrijfscontinuïteit.
- Archiveer VIB's en productetiketten van ingekochte chemicaliën
- Controleer of afvalemballage de juiste CLP- en afvaletikettering draagt
- Leg de onderbouwing van de HP-eigenschappen vast in het afvaldossier
- Vraag bij mengafval altijd een stalenonderzoek aan
- Stem de interne opslag af op de zwaarste classificatie in het assortiment
Meer informatie
Praktische hulp nodig?
Vraag via het contactformulier advies aan voor uw specifieke situatie.